Home » Archieven voor

Maand: augustus 2016

Van druk naar geluk: hoe ik de ochtendstress overleef

Hoe ik de ochtendstress overleef

“Mam, waar zijn mijn schoenen?!” “Waar je ze zelf hebt uitgedaan gisteravond! En eet eens door, want we moeten zo weg. Nee, niet nu nog een filmpje kijken, je moet je schoenen zoeken en we moeten naar school!”

Aan de ene kant vind ik het heerlijk dat we na zes weken zomervakantie allemaal weer in het gareel gaan. Aan de andere kant is daar
DE OCHTENDSTRESS.

Kinderen moeten weer op tijd uit bed en – bij voorkeur – gevoed en aangekleed naar school. Broodtrommels, fruitbakjes en drinkbekers moeten gevuld worden. Gymkleren – bij voorkeur schoon – moeten niet vergeten worden. Om op tijd op school en kantoor te verschijnen, racen we tijdens het spitsuur van hot naar her.

Voor veel (werkende) ouders is de ochtend, samen met etenstijd, de meest stressvolle periode van de dag. 

Ook ik roep op sommige ochtenden herhaaldelijk en geïrriteerd ‘Schiet nou toch eens op!’ als mijn schatten van kinderen een schooldag verwarren met een dag waarop tijd en deadlines geen rol spelen.

Toch vind ik dat we het over het algemeen best goed voor elkaar hebben. We ontbijten samen aan tafel en vaak is er tijd voor de meiden om nog een paar liedjes uit te kiezen om op te dansen. En dansen op lekkere muziek is wat mij betreft altijd een goede manier om dag te beginnen.

Of de ochtenden wel of niet stressvol zijn, ligt vooral, of misschien wel geheel, aan mij en de Man, zo heb ik geleerd.

Als wij relaxed zijn, zijn de meiden dat ook. Als wij gestresst zijn, raken we sneller geïrriteerd en wordt de sfeer er niet beter op.  En de ervaring leert dat we dan toch ook niet eerder op school of op kantoor aankomen.

Hier is hoe wij onze ochtenden (meestal) gezellig houden en op tijd op school komen:

We hebben een vast ritme.

De meiden douchen ’s avonds, de man en ik ’s ochtends. We kleden ons eerst aan, en dan gaan we pas ontbijten.  (Als je heel kleine kinderen hebt, is het in verband met knoeien of spugen misschien handiger om dit andersom te doen.) Een duidelijke taakverdeling – wie smeert de boterhammen, wie helpt de kinderen eventueel met aankleden – draagt ook bij aan een relaxte start van de dag.

We zetten of leggen zoveel mogelijk ’s avonds al klaar.

Ik vraag ‘ s avonds aan de meiden welke kleren ze de volgende dag aan willen. Ik leg zelf ook mijn eigen kleren ’s al avonds klaar. Dat scheelt een hoop gedoe ’s ochtends. Weet jij niet in wat voor bui je de volgende dag bent en welke kleren daarbij horen, neem dan wat extra tijd ’s ochtends.

Ook de ontbijtspullen zetten we ’s avonds klaar en ik doe water in de waterkoker. Het zijn allemaal kleine dingen die op zich niet veel tijd kosten, maar die me in de ochtend wel heel veel ruimte in mijn hoofd opleveren als ik me daar niet meer mee bezig hoef te houden.

Een open deur: we staan op tijd op en we vertrekken op tijd naar school.

Ik sta het liefst een half uur voordat de kinderen wakker worden op. Zo heb ik de tijd om zelf rustig mijn ochtend te beginnen. En als ik al klaar ben als de meiden wakker worden, verloopt alles een stuk relaxter en gezelliger. We mikken erop om een kwartier voordat school begint, op het schoolplein te staan. En vertrekken we dan iets later van huis, dan zijn we toch nog op tijd op school.

We proberen plezier in te bouwen waar het kan.

Zo mogen de meiden dus luisteren naar lekkere muziek of nog even dansen. En ja, heel soms mogen ze een kort filmpje op Youtube kijken als ze helemaal klaar zijn. (Maar dan krijgen we vaak de discussie van ‘Zij  heeft langer gekeken dan ik, dat is niet eerlijk!” en voel ik de sterke neiging om alle tablets en iPads stante pede het raam uit te gooien.)

Kijk ook waar je voor jezelf wat rust of plezier kunt inbouwen in de ochtend. Ik word heel blij van mijn dag rustig plannen voordat iedereen wakker wordt. Of een paar bladzijden lezen in een fijn boek.

Het is nu eenmaal spitsuur in de ochtend, dus heel rustig wordt het nooit. Maar het is vooral hoe je er zelf mee omgaat.

(Doe jij alles wat je kunt om de ochtenden prettig te laten verlopen, maar wil je kind maar niet luisteren? Dat is een onderwerp voor een andere blogpost.)

Food for thought

Hoe verlopen de ochtenden bij jou? Ben je daar tevreden over? Zo ja, wat doe jij om de ochtenden prettig te laten verlopen? Zo nee, wat zou je kunnen veranderen? Wat is het eerste dat je morgen anders gaat doen?

Van druk naar geluk: hoe labels jouw geluk belemmeren

Hoe labels jouw geluk belemmeren en wat je eraan kunt doen

Labels: we gebruiken ze allemaal. Voor onszelf en voor anderen. Verlegen, creatief, slim, mooi, lelijk, bazig, druk. De goede moeder, de slechte leidinggevende, het lieve meisje, de  stoere jongen, de harde zakenvrouw.

Labels helpen ons om dingen en mensen snel in te kunnen delen in bepaalde categorieën, zodat de wereld om ons heen overzichtelijk en behapbaar wordt.

Maar labels kunnen ook belemmerend werken. Vanaf kleins af aan was ik het aardige meisje, de harde werker, de verstandige en gehoorzame dochter. Daar is op zich niets mis mee. Dat wás ik toen ook. Maar over de jaren heen ben ik mezelf grotendeels zo blijven zien, ook toen ik al volwassen was.

Het aardige meisje wilde het iedereen naar de zin maken, zelfs als dat ten koste van zichzelf ging.

En dat betekende bijvoorbeeld dat ik anderen voortdurend liet kiezen wat we gingen doen. Of dat ik anderen over mijn grenzen heen liet gaan. Beïnvloed door het aardige meisje zorgde de harde werker er later voor dat ik weliswaar heel hard werkte, maar te weinig mijn eigen mening of ideeën naar voren bracht. En ergens van binnen begon dat te knagen.

Labels die je jezelf geeft of die anderen je geven en waarin je bent gaan geloven, kunnen je ‘vastzetten’.

Als je moeder vroeger regelmatig zei ‘Ach ja, ze is zo verlegen’ als jij je achter haar rokken verborg wanneer ze stond te praten met iemand die jij niet kende, is het mogelijk dat jij jezelf ook zo bent gaat zien, terwijl het misschien helemaal niet klopt met wie je toen was of nu bent.

Als je jezelf bestempelt als verlegen, terecht of onterecht, kan dit je belemmeren om bepaalde dingen te doen, die je in je hart misschien wel heel graag wil doen.

Er zijn manieren om een label dat jou niet (meer) dient wat minder te laten ‘plakken’.

In plaats van te denken: ‘Ik ben verlegen’, kun je denken: ‘in sommige situaties voel ik mij verlegen’. Dat geeft meteen meer ruimte, want het betekent dat er ook situaties zijn waarin je je niet verlegen voelt. En je bent niet verlegen, je hebt soms een verlegen gevoel. En dat heeft (bijna) iedereen wel eens.

Je kunt ook onderzoeken wie je zou zijn zonder het label. Wie zou je zijn als je niet verlegen bent? Wat zou je doen? En hoe zou dit bijdragen aan je geluk?

Labels kunnen ook een positieve invloed hebben.

Ik zie mezelf als een life-long learner. Hierdoor blijf ik interessante boeken lezen en mezelf ontwikkelen. Dus ‘life-long learner’  is een label dat mij dient, dat bijdraagt aan mijn geluk. Want mezelf ontwikkelen maakt mij gelukkig.

Maar let op: ‘positieve’ labels kunnen een negatieve invloed hebben.

Als jij herhaaldelijk over je dochter zegt ‘Zij is altijd het zonnetje in huis’, dan kan je dochter onbewust het gevoel krijgen dat ze altijd het zonnetje in huis moet zijn om te voldoen aan jouw verwachtingen. Als ze dit label ‘internaliseert’, bestaat de kans dat ze als volwassene het gevoel heeft dat ‘negatieve’  gevoelens zoals boosheid of verdriet er niet mogen zijn, of dat ze die niet mag laten zien.

Onderzoek daarom de labels waarvan je denkt dat die voor jou gelden. En de labels die jij je kind (onbewust) geeft.

Wanneer je labels kunt zien voor wat ze zijn – niets meer dan ‘etiketten’ die jou (of je kind) wel of niet dienen – kun je beslissen wat je ermee wilt doen. Je kunt ervoor kiezen om de labels die jouw geluk in de weg staan, rustig los te weken. En om meer te leven naar de labels die wél bijdragen aan jouw geluk. 

Food for thought

Welke labels gelden voor jou, denk je? Welke van die labels dragen bij aan je geluk en welke niet? Wie zou je zijn zonder de labels die jou niet meer dienen? Wat kun je doen om de invloed van de labels die je niet meer dienen, te beperken? Welke labels geef je (onbewust) aan je kinderen? Hoe denk je dat dit jouw kinderen beinvloedt? Nu en later als ze volwassen zijn?