Home » Archieven voor april 2017

Maand: april 2017

Waarom ik al jaren wordt uitgelachen

Waarom ik word uitgelachen en me er niets van aantrek

Een aantal jaren geleden maakte ik een grote fout. Op een mooie zondagmiddag tijdens de lunch vertelde ik enthousiast aan mijn oudste en beste vriend dat ik zo’n fijne ochtend had gehad.

Ik had namelijk de aankomende week gepland in mijn agenda, met mooie glitterstickers en post-it notes, zo vertelde ik hem blij. De beste vriend verslikte zich bijna in zijn drankje en lachte mij hartelijk uit.

Mijn liefde voor glitterstickers

Er volgden vele gelegenheden waarbij mijn enthousiasme voor glitterstickers te pas en te onpas via whatsapp en face-to-face, in één-op-ééncommunicatie en in groepen min of meer liefdevol belachelijk werd gemaakt.

Nog steeds, en we leven inmiddels toch al jaren na mijn bekentenis, leent mijn liefde voor mooie stickers zich zo nu en dan voor een spottende opmerking. ’Voel je je niet lekker? Plak er een sticker overheen!’

Kunst met een grote K

Nu is de beste vriend zelf van het type Kunst met een grote K en Cultuur met een grote C. Daar snap ik soms wel iets van en soms ook helemaal niet. Dus het was niet zo gek dat de beste vriend mijn bekentenis over glitterstickers ook niet helemaal op waarde wist te schatten.

Daarnaast heb ik me op de middelbare school, waar de beste vriend en ik elkaar op twaalfjarige leeftijd leerden kennen, nooit iets gelegen laten liggen aan glitterstickers of aanverwante zaken. Ik liep daar rond in een wijde tuinbroek, met mijn haar in een knot en een bril op. Omdat ik me wilde afzetten tegen het standaardbeeld van wat als mooi en lelijk gezien werd.

Midlife crisis?

Glitterstickers of mooie post-it notes hielden me dus heel lang totaal niet bezig. En toen ineens wel. Zo rond mijn veertigste begon het, geloof ik. ‘Ineens’ was ik in het bezit van een aanzienlijke verzameling blikjes met daarin de mooiste stickers. Blij koos ik er wekelijks een paar uit die ik, samen met mooie post-it notes, in mijn agenda plakte.

Had ik iets in te halen van vroeger, voor dat meisje dat altijd zo serieus aan het leren was en weinig tijd of aandacht had voor dergelijke ‘frivole’ zaken? Dat meisje dat gedreven werd door perfectionisme en discipline? Dat meisje dat niet als oppervlakkig gezien wilde worden of – nog erger – als dom blondje?

Of had ik gewoon last van een midlife crisis? En was mijn stickerobsessie misschien een truttige variant van wat – even schaamteloos generaliseren – een sportwagen, motor of buitenechtelijke relatie voor mannen met een midlife crisis schijnen te zijn?

Jammer dan!

Wat de reden voor mijn liefde voor mooie stickers en post-it notes (o ja, en fijne notitieboekjes niet te vergeten!) ook moge zijn, het belangrijkste is dat ik er gewoon heel blij van word. Maakt dat me oppervlakkig of truttig? Misschien in de ogen van sommigen wel. Maar dat is dan jammer.

Want dat zijn mensen die om de een of andere reden niet verder (kunnen) kijken dan hun neus lang is. Die moeite hebben om te zien dat niemand alléén maar dit óf dat is. Of die veroordelen wat ze niet begrijpen.

I’m every woman

Chaka Khan zong het al: ‘I’m every woman, it’s all in me’. Ik ben de oppervlakkige glitterstickerfan én de serieuze studiebol. De analyticus én de creatieveling. De volwassene én het kind. De ratio én de emotie. De engel én de duivel.

Ik weet inmiddels dat ik al deze kanten in me heb. En daarom verkondig ik nu, hier, en plein public en zonder gêne, mijn liefde voor glitterstickers, mooie post-it notes en fijne notitieboekjes. En trek mij niets aan van wat anderen daarvan vinden. Want ik word er gelukkig van.

(De allereerste blogpost die ik op mijn website publiceerde ging overigens over ‘unapologetically YOU’ zijn. Je kunt ‘m hier teruglezen.)

Nog bevriend?

Overigens is de beste vriend – die mij liefdevol New York heeft laten zien in september, het moet gezegd worden – nog steeds mijn oudste en beste vriend, alle stickergrapjes ten spijt. Maar na het lezen van deze blogpost verandert dat misschien. Ach ja, in dat geval…. plak ik er gewoon een mooie glittersticker overheen!

Food for thought

Ben jij wel eens raar aangekeken of uitgelachen toen je enthousiast vertelde over iets dat je leuk vond of waar je heel blij mee was? Welke ‘kanten’ zitten er in jou? Mogen die allemaal aan bod komen, laat je ze allemaal zien aan de mensen om je heen? En hoe werkt dit bij jouw kinderen? 

Met meer flow de dag door. Van druk naar geluk

Hoe je met meer flow de dag doorkomt

Soms heb je van die dagen waarop alles moeizaam lijkt te gaan. Waarop het voelt alsof je door een moeras aan het waden bent en de flow ver te zoeken is. Van die dagen waarop je het heel druk denkt te hebben. Terwijl je aan het eind van de dag maar weinig afgerond hebt van je to-dolijst.

Ook ik heb weleens zo’n dag waarop ik het gevoel heb door een moeras te waden. Gelukkig weet ik inmiddels waar dit ‘moerasgevoel’ meestal vandaan komt én wat ik eraan kan doen.

Ik heb het dan niet over de dagen waarop je bijvoorbeeld ziek bent of er uitzonderlijke gebeurtenissen plaatsvinden, of wanneer je door een ziek kind de hele nacht wakker bent geweest. Ik heb het over die gewone, gemiddelde dagen zonder grote bijzonderheden, maar mét moerasgevoel.

Discipline en doorploeteren

Ik ben van nature vrij gedisciplineerd (behalve met chocola dan). Uit een test kwam ooit als één van mijn kwaliteiten ‘achievement’. Dat wil zeggen dat ik me het fijnst voel als ik iets ‘bereikt’ heb op een dag.

Dat kan van alles zijn: een werktaak afronden, een activiteit ondernemen met de meiden of een blogpost schrijven. Het komt best weleens voor dat ik een dag op de bank hang in mijn pyjama. Maar ik mis dan toch dat voldane gevoel van iets ‘bereikt’ te hebben.

Die discipline en de drang om dingen te bereiken heeft zo z’n voordelen. Maar het zorgt er ook voor dat ik soms doorzet of eigenlijk doorploeter terwijl dat niet zo handig is. En dan komt dat ‘moerasgevoel’ bovendrijven.

 Signalen dat ik aan het ploeteren ben

Soms zijn de signalen dat ik aan het ploeteren ben heel fysiek: als mijn energieniveau laag is en ik ga toch te lang door met een inspannende taak, krijg ik bijvoorbeeld hoofdpijn.

Maar ook het – bijna onbewust – checken van mijn e-mail of Facebook terwijl ik met een taak bezig ben, kan een signaal zijn dat mijn energie bijna uitgeput is. Net als me laten afleiden door collega’s of nog een keer naar de koelkast lopen om te kijken of er iets te eten is.

Als de taak waarmee ik bezig ben me ineens moeilijker afgaat, is dat meestal ook een signaal dat ik aan het ploeteren ben. Als ik bijvoorbeeld een blogpost schrijf en de zinnen willen niet meer komen, is dat een teken dat ik beter kan stoppen en iets anders kan gaan doen.

De oorzaak van het moerasgevoel

Vaak ontstaat het moerasgevoel als de taak die ik doe onvoldoende is afgestemd op mijn energieniveau.

Mijn energieniveau fluctueert gedurende de dag én de week. En daarmee fluctueert ook mijn vermogen om na te denken, creatieve oplossingen te vinden of ingewikkelde taken uit te voeren.

Ik heb gemerkt dat de ochtenden voor mij het beste zijn om bijvoorbeeld te schrijven (creatief denkwerk). Ik ben dan meestal uitgerust en mijn hoofd is dan nog relatief leeg. Daardoor komen ideeën en woorden moeiteloos bovendrijven. Als ik probeer ’s avonds te schrijven, dan kost het me veel meer moeite én tijd.

Ook ingewikkelde taken of taken waar ik tegenop zie, kan ik het beste in de ochtend doen, als ik nog fris ben. Dat levert betere resultaten op en gaat veel makkelijker dan wanneer ik ze in de middag doe. Bovendien heb ik daarna het voldane gevoel al iets bereikt te hebben.

Het eind van de middag is voor mij een goed moment om taken te doen waar ik weinig denkkracht voor nodig heb, zoals mijn mail beantwoorden en mijn bureau opruimen.

Tip: met meer flow de dag door

Het is een simpel idee, maar bleek voor mij een eyeopener: als ik mijn taken beter afstem op mijn energieniveau, ervaar ik meer flow en kosten dingen me minder tijd én minder moeite.

Maar hoe zorg je dat je met meer flow de dag doorkomt?

  • Houd een paar weken bij hoe jouw energieniveau gedurende de dag fluctueert. Hoe is je energie in de ochtend, in de vroege en late middag en in de avond? En hoe fluctueert je energie gedurende de week? Kun je patronen ontdekken?
  • Deel daarna je takenlijst op in taken die weinig en taken die veel (denk)kracht vereisen.
  • Kijk nu of je de taken die veel (denk)kracht vereisen, kunt doen op de momenten dat je je het energiekst voelt. En de overige taken op de momenten dat je wat minder energie hebt.
  • Neem regelmatig, maar minstens iedere 90 minuten, een pauze.
  • Wissel taken die veel (denk)kracht en energie vereisen af met taken waarvoor je minder (denk)kracht nodig hebt.
  • Wees je bewust van hoe je je voelt tijdens het uitvoeren van een taak. Ben je snel afgeleid? Merk je dat de taak je moeilijker afgaat? Dat zijn signalen dat je misschien beter iets anders kunt gaan doen of in ieder geval toe bent aan een pauze.

Veel succes!

Oei ik groei, over (geestelijke) groeipijn. Van druk naar geluk

Oei, ik groei: over mijn (geestelijke) groeipijn

Ik sta net op het punt om naar bed te gaan, als ik Lenthe hartverscheurend hoor huilen. ‘O nee, het is weer zo ver’, schiet door mijn hoofd. Al een paar maanden is het goed gegaan en ik hoopte dat ze er langzamerhand overheen gegroeid was. Maar ze heeft er toch weer last van: groeipijn.

Door merg en been

Haar gehuil gaat door merg en been. De Man tilt Lenthe uit bed zodat Sterre door kan slapen en we gaan met haar op de bank in de woonkamer zitten. Gelukkig weten we sinds een bezoek aan de dokter dat we haar een halve paracetamol mogen geven als ze zo’n pijn heeft. Die methode passen we nu toe, naast zachtjes aaien over haar benen en afleiding in de vorm van een aflevering van het programma Klokhuis op Youtube.

Als de ergste pijn is gezakt, tilt de Man Lenthe terug naar bed. ‘Mama, kom je nog even bij me liggen?’ vraagt Lenthe met betraande ogen aan me. Ik kruip naast haar op mijn zij. Lenthe gaat met haar gezicht naar me toe dicht tegen me aan liggen en legt haar arm over mijn middel. Ik geef haar kusjes op haar hoofd en streel over haar haren.

Langzaam wordt haar ademhaling rustiger. Als ik denk dat ze weer slaapt, probeer ik me voorzichtig los te maken. Maar Lenthe is nog wakker en houdt me stevig vast als ze merkt dat ik wil opstaan. Terwijl ik naast haar lig, gaan mijn gedachten terug naar vroeger.

Geestelijke groeipijn

Ook ik had groeipijn als kind; althans, dat dachten we. Overigens best ironisch, gezien mijn uiteindelijke lengte van 1,58 meter. Maar dat terzijde. Ik had er gelukkig niet zo’n last van als Lenthe – ik kan me in ieder geval niet herinneren dat ik ’s nachts schreeuwend van de pijn wakker werd. Maar een stuk lopen deed wel vaak zeer.

Dat soort groeipijn is gelukkig snel overgegaan, net zoals het bij Lenthe ook over zal gaan. Maar nu ik volwassen ben, komt er af en toe een andere groeipijn voor in de plaats. Een soort geestelijke groeipijn: het ongemak van ‘buiten mijn comfortzone’ treden, de onzekerheid van zelf een business opzetten, het besef dat alleen ik verantwoordelijk ben voor de keuzes die ik maak in mijn leven.

Oei, ik groei

Soms is groeien fijn, soms doet het pijn. Ken je het boek ‘Oei, ik groei’? Dat beschrijft de ontwikkelingssprongen die een baby maakt. Ik weet niet meer precies wat in het boek stond – het is voor mij al een tijd geleden. Maar wat ik wel onthouden heb is dat een baby tijdens zo’n ontwikkelingssprong van slag kan zijn. Een baby kan dan meer huilen, niet zo lekker in zijn vel zitten en ‘lastiger’ zijn.

Een beetje zoals ik me voel als ik last heb van geestelijke groeipijn: dan ervaar ik drukte in mijn hoofd en spanning in mijn lijf. Tegenwoordig geef ik mezelf dan meestal de aandacht die ik nodig heb. Ik erken mijn geestelijke groeipijn, spreek mezelf liefdevol toe en zorg goed voor mezelf. Een beetje zoals we Lenthe zachtjes over haar benen aaien, haar pijn erkennen en haar liefdevol troosten.

Dempen en afleiden

Maar soms, als mijn geestelijke groeipijn komt op een moment dat ik me lichamelijk niet zo goed voel door bijvoorbeeld een flinke kou, demp ik de pijn met chocola. Een beetje zoals we Lenthe een halve paracetamol geven. Het lost het onderliggende ‘probleem’ niet op, maar onderdrukt wél even de pijn.

En waar een aflevering van Klokhuis Lenthe even afleidt van haar hevige pijn, vind ik afleiding in het kijken van een fijne serie. Op de bank onder mijn dekentje ontsnap ik zo even aan de realiteit van de dag en aan mijn geestelijke groeipijn van dat moment.

This, too, shall pass

Er is niets mis met af en toe je pijn dempen of afleiding zoeken. Het kan op sommige momenten juist precies zijn wat je nodig hebt om daarna weer verder te kunnen.

Het is wél handig als je je realiseert dat afleiding zoeken en pijn dempen vormen van symptoombestrijding zijn. Als je je dat namelijk realiseert, maak je een bewuste keuze om je geestelijke groeipijn even te parkeren. Je kunt de pijn dan op een later moment liefdevol toelaten en kijken wat je ervan kunt leren.

Hoe vervelend geestelijke groeipijn op sommige momenten ook is, ik weet dat het weer over gaat: ‘This, too, shall pass’. Daarnaast is geestelijke groeipijn voor mij een teken dat ik weer een ontwikkelingssprongetje maak. Het levert me altijd nieuwe inzichten op die ik kan toepassen in mijn leven op weg van druk naar geluk. En dat is me het geestelijk ongemak meer dan waard. (Achteraf dan, als ik er middenin zit, piep ik soms anders.)

Lenthe groeit en ik heb groeipijn

Na een kwartier slaapt Lenthe echt, haar arm nog om mijn middel geslagen. Ik blijf nog even liggen, luisterend naar haar ademhaling. Ik voel ineens een steek in mijn hart, een symptoom van een heel ander soort groeipijn: binnenkort is Lenthe jarig, ze wordt 7, en voor mijn gevoel is ze dan echt klein-meisje-af.

Hoewel dat proces al een hele tijd gaande is en ik regelmatig met blijde verwondering kijk naar hoe zij op alle vlakken groeit, dringt het nu pas écht tot me door: hoeveel vreugde haar groeiproces me ook brengt, ik voel ook ‘groeipijn’. Lenthe zal mij steeds ietsje minder nodig hebben, steeds autonomer worden. Zo hoort het ook en zo wil ik het ook. Maar het doet toch ook een beetje pijn.

Food for thought

Wat zijn de momenten waarop jij geestelijke groeipijn ervaart? Hoe ga je daarmee om?

Moet ik dit nu echt doen? Van druk naar geluk

Moet ik dit nu doen? Eerste Hulp Bij ‘Overwhelm’ (EHBO)

Moeten: het is een woord dat we allemaal (nou ja, bijna allemaal dan) regelmatig gebruiken. Ik moet nog boodschappen doen, ik moet de kinderen ophalen, ik moet naar kantoor, ik moet mijn moeder/vader/vriendin nog bellen, ik moet nog een oppas regelen, ik moet mijn belastingaangifte doen (ook zo’n fijne klus die er weer aan zit te komen).

Keurslijf

Het woord ‘moeten’ biedt weinig keuze. Moeten voelt als een keurslijf waarin we vastzitten, als een verzameling regels waardoor we geleefd worden. Het is dat stemmetje in je hoofd dat zegt dat je nog lang niet klaar bent en dat je het gevoel geeft dat je steeds achter de feiten aanrent.

Wanneer ik overspoeld dreig te worden door te veel moetens, is er een zinnetje dat me helpt om de druk wat te verlichten (van druk naar geluk!). Dat zinnetje helpt me om mijn moetens te analyseren en duidelijke keuzes te maken.

Ben je er klaar voor? Hier komt-ie:

Moet ik dit nu doen?

Zo op het eerste gezicht niets bijzonders, dit zinnetje. Totdat je het gaat ontleden en het daadwerkelijk gaat gebruiken. Dan is het een goed hulpmiddel om orde te scheppen in de moetens en keuzes te maken in wat je wel en niet doet, hóe je iets doet en wanneer je het doet.

Op het moment dat je jezelf betrapt op het woordje moeten, stel jezelf dan bovenstaande vraag. Daarbij leg je de klemtoon steeds op het volgende woord in de zin.

MOET ik dit nu doen?

Is het iets dat echt MOET gebeuren? Is het noodzakelijk dat het gebeurt? Moet je het echt doen, of mag je het doen, of kun je het doen? Je kind ophalen van school is iets dat moet gebeuren, als je tenminste niets anders geregeld hebt en je je kind niet op het schoolplein wilt laten staan. Maar die afspraak met je vriendin vanavond, terwijl je eigenlijk verlangt naar een avondje met een boek op de bank, kún je door laten gaan. Maar het moet niet.

Moet IK dit nu doen?

Moet IK dit per se zelf doen, of kan iemand anders het misschien doen? Kan ik een andere moeder vragen om mijn kind mee te nemen uit school? Kan ik mijn partner vragen om de keuken op te ruimen? Misschien kan mijn collega voor mij waarnemen tijdens het overleg? Ben ik wel de juiste persoon om dit te doen?

Moet ik DIT nu doen?

Is DIT wel hetgene dat gedaan moet worden, of is het handiger om (eerst) iets anders te doen? Misschien moet je nog een verslag schrijven, maar heb je eerst nog informatie nodig van een collega. Of misschien is een uitgebreid verslag niet nodig en is een korte lijst met bullet points voldoende. Misschien veroorzaakt zelf een taart bakken voor de verjaardag van je kind te veel stress in de drukte en kun je in plaats daarvan een taart bestellen (zo eentje van de Hema met een foto van de jarige erop doet het altijd goed is mijn ervaring. :-))

Moet ik dit NU doen?

Is het noodzakelijk dat het NU gebeurt? Of kan het wachten tot een ander, misschien beter moment? Is het noodzakelijk om die was NU te draaien omdat anders niemand schoon ondergoed meer heeft? Of kan het ook wachten tot het weekend, wanneer je het iets rustiger hebt? En uit eigen ervaring vorige week: moet ik NU dat SSL-certificaat installeren voor mijn website, of ga ik nu gewoon lekker in het zonnetje zitten en komt het werk later wel?

Moet ik dit nu DOEN?

Is het wel iets dat überhaupt gedaan moet worden, of kun je het ook gewoon laten? Misschien hoef je je deze keer eens niet aan te melden als hulpouder bij een schooluitje of kun je dat wekelijkse overleg gewoon helemaal overslaan. En mijn ervaring is dat sommige dingen op mijn to-dolijst op een gegeven moment ook gewoon vanzelf opgelost of niet meer belangrijk zijn.

Eerste hulp bij het stellen van je prioriteiten

Het zinnetje ‘Moet ik dit nu doen?’ biedt eerste hulp op het moment dat je overweldigd dreigt te raken door al je moetens. Maar uiteindelijk is het natuurlijk goed om af en toe pas op de plaats te maken en tijd te nemen om te bedenken wat je prioriteiten eigenlijk zijn. Zodat je je niet groots laat meeslepen door de dagelijkse drukte, maar zelf richting aan je leven geeft. Lees er meer over in de blogpost ‘Hoe je tijd maakt voor jouw prioriteiten‘ (met een oefening voor het bepalen van je prioriteiten).

Food for thought and action

Let deze week eens op hoe vaak je het woord ‘moeten’ gebruikt. Hoe vaak zeg je tegen jezelf dat iets moet? Als je je overweldigd voelt door alle moetens, kijk dan eens of je de methode van het zinnetje ‘Moet ik dit nu doen?’ kunt toepassen. Wat is je conclusie? Zijn al die moetens ook echte moetens voor jou? Kijk ook eens of je het woord moeten in bepaalde gevallen kunt vervangen door ‘kunnen’ of ‘mogen’. Hoe voelt dit? 

Ook interessant om na te gaan: hoe vaak gebruik je het woord moeten richting je kinderen?  Kun je in sommige gevallen moeten vervangen door kunnen? 

Maar je moet natuurlijk niets! 🙂