Home » Archieven voor

Maand: mei 2017

aanslag in Manchester

Hoe de aanslag in Manchester mij beïnvloedt

Het nieuws was dinsdag helemaal aan mij voorbij gegaan. Totdat ik om zeven uur ‘s avonds een collega tegen het lijf liep in het inmiddels stille gebouw van de opdrachtgever waar ik die dag werkte. Ze vertelde over de afschuwelijke aanslag in Manchester vlak na een concert van popidool Ariana Grande. Een concert waarbij ook veel tieners en kinderen waren.

Potje huilen

Tijdens mijn fietstocht naar huis kon ik aan niets anders meer denken dan aan de aanslag in Manchester. Thuis heb ik een potje staan huilen. Aanslagen raken me altijd, maar deze aanslag in Manchester in het bijzonder. Onder de doden en gewonden bevonden zich kinderen. Kinderen van acht, negen jaar. Sterre is negen jaar en vindt Ariana Grande leuk. Het komt wel heel dichtbij.

De gedachten buitelden over elkaar heen in mijn hoofd.

‘Wat bezielt iemand om zichzelf en onschuldige kinderen op te blazen? Hoe wanhopig, woedend, ongelukkig, geïndoctrineerd, verloren moet je dan zijn? In wat voor wereld groeien mijn kinderen op? Hoe verwerk je als ouder ooit het verschrikkelijke verdriet van een overleden kind?’

En ook: ‘Het is waarschijnlijk een kwestie van tijd voordat er hier in Amsterdam een aanslag plaatsvindt. Dan ben je op het platteland waarschijnlijk beter af. Zouden we moeten verhuizen? Het is misschien maar beter om niet meer naar concerten of hele drukke plekken gaan.’

De vragen die blijven

Nadat ik een kom sautosoep, voor mij troostvoer bij uitstek, had gehaald bij het Surinaamse eettentje in de straat en deze naar binnen had gelepeld op de bank, voelde ik me iets beter en werd het rustiger in mijn hoofd.

Maar de vragen die blijven, zijn: hoe ga je om met de wetenschap dat er mensen zijn die er niet voor terugdeinzen om onschuldige kinderen op te blazen? Hoe ga je om met het idee dat een aanslag hier in Nederland waarschijnlijk ook niet lang op zich laat wachten?

Hoe ga je om met je eigen angst, ontsteltenis en woede over de gebeurtenissen in de wereld? En hoe begeleid je je kinderen hierin?

Wat ik zeker weet 

Ik zou er pagina’s vol over kunnen schrijven, maar ik heb geen pasklaar antwoord dat voor iedereen geldt. Geen ‘In 5 stappen anders omgaan met…’. Of ’3 top tips om…’. Dit is te groot, te veelomvattend, te complex.

Het enige dat ik zeker weet is dat je duisternis niet verdrijft met duisternis, maar met licht.

Dus geniet ik extra van mijn latte macchiato terwijl mijn hart uitgaat naar de slachtoffers en hun ouders. Wek ik Lenthe door de tijd te nemen om bij haar in bed te kruipen en haar zachtjes over haar rug te strelen. Verheug ik me op Sterre’s terugkomst van schoolkamp en ben ik dankbaar dat ik haar weer in mijn armen kan sluiten.

Ben ik van dienst waar ik kan, handel ik uit liefde in plaats van uit angst.

Én blijf ik een open blik houden en het goede zien in mijn medemens en in de wereld. Want er is ook heel veel goeds. Het gevaar is dat we dat in tijden van crisis, zoals nu na de aanslag van Manchester, vergeten.

Ik ben niet zorgelijk of fatalistisch ingesteld. Maar het leven kan morgen voorbij zijn. Dus geniet ik vandaag. En jij?

Omgaan met je ergernis in 5 stappen

Mijn grootste ergernis en hoe ik daarmee omga

Ik ben geboren in Zeeland en opgegroeid in Brabant, maar ik hou van Amsterdam. Echt waar. Ik hou van de bedrijvigheid en de diversiteit. Van de filmhuizen en musea op steenworp afstand. Ik hou van de buurt waarin ik woon met de fijne koffietentjes dichtbij en van ons huis met de kabouters op het dak.

Perspectief

Maar er is één ding in Amsterdam waar ik me groen en geel aan erger. Nou moet ik deze opmerking even in perspectief plaatsen: ik oordeel of erger me niet zo snel. En al helemaal niet groen en geel.

Gevalletje beroepsdeformatie denk ik. Iedereen heeft z’n eigen innerlijke strijd te strijden en ik weet niet wat er in een ander omgaat en waarom de ander doet zoals die doet (wat geen vrijbrief is om onacceptabel gedrag te accepteren, maar dat is een ander verhaal).

Krachttermen

Goed, terug naar Amsterdam en mijn ergernis. Ik hou dus van mijn stad. Maar er zijn momenten dat ik wens dat ik in een rustig dorpje woonde. In zo’n boerderij met in de wijde omtrek geen andere huizen of mensen te bekennen. En dat zegt heel wat, want ik ben echt een stadsmens.

Op die momenten waarop ik wens dat ik ergens anders ben, vindt er iets vreemds plaats in mijn hoofd. Mijn normaal redelijk milde en open blik naar de wereld en andere mensen is ineens nergens meer te bekennen.

In plaats daarvan loop ik te mopperen en gebruik ik – in mijn hoofd – krachttermen of andere aanduidingen die ik uit de mond van mijn kinderen niet wil horen.

Onmogelijk ingeklemd

Het begint al als ik ’s ochtends rond half negen de deur uitga en naar mijn fiets loop. Die staat onmogelijk ingeklemd tussen het rek en twee andere fietsen, omdat één of andere vader (het is een mannenfiets met een kinderzitje, vandaar deze conclusie) het nodig vond om zijn fiets pal tegen de mijne aan te zetten.

Verschillende krachttermen, aannames en oordelen schieten door mijn hoofd. ‘Aso, je bent toch niet alleen op de wereld!’ foeter ik in mijzelf. (De rest van mijn tirade zal ik jullie besparen.) Het kost me tien minuten gehannes voordat ik mijn fiets eindelijk los heb.

Mopperen op mezelf

Vervolgens word ik bijna van mijn sokken gereden omdat mensen het nodig vinden om met z’n tweeën tegelijk mij in te halen op het smalle fietspad. Nadat ik intern een potje heb lopen mopperen over waar het fatsoen toch is gebleven en dat iedereen tegenwoordig alleen maar aan zichzelf denkt en waarom zo’n haast, maak ik mezelf tot slachtoffer van mijn gemopper.

‘Hoezo heb je niet gewoon gewacht tot het spitsuur voorbij was, je weet toch dat het druk is nu?! Je had ook gewoon thuis kunnen blijven werken, je hóefde de deur niet uit. Het is je eigen keuze. Eigen schuld, dikke bult. Muts.’

Het is een drukte van jewelste in mijn hoofd met al dat getetter.

Mijn grootste ergernis

Als je het nog niet door had: het verkeer in Amsterdam tijdens spitsuur is mijn grootste ergernis. Het brengt het allerslechtste in mij naar boven. Nou lijkt mijn ergernis je misschien overdreven en denk je: ‘Als dát je grootste ergernis is, ik heb een nog veel grotere ergernis!’ Helemaal prima (zie je, ik oordeel niet :-).

Maar laat het me even uitleggen. Ik ben in de afgelopen paar maanden twee keer door een andere fietser aangereden terwijl ik gewoon op een rechte weg zonder kruising netjes aan de rechterkant rechtdoor reed! En dat zijn dan de echte ongelukken; ik heb het niet eens over de vele ‘bijna-ongelukken’.

Stop het getetter

Maar goed, terug naar de ochtend van mijn ingeklemde fiets en de dubbele inhaalmanoeuvre. Ineens word ik me bewust van het negatieve getetter in mijn hoofd. Ik besluit om er van een afstandje naar te kijken – ik koppel mezelf als het ware los van mijn gedachten, ik word de observator.

Ik stel mezelf de vraag: heb ik hier wat aan? Draagt het negatieve getetter in mijn hoofd bij aan een goed humeur of een productieve dag? Het antwoord is duidelijk: nee.

Vervolgens erken ik de behoeften die onder het negatieve getetter zitten. Voor mij zijn dat onder meer behoefte aan veiligheid en de behoefte om mijn ruimte in te kunnen nemen – zonder door anderen aangereden te worden.

Ik erken dat de situatie is zoals die is: het is nu eenmaal druk tijdens spitsuur en er zijn mensen die daar anders mee omgaan dan ik. Ik kan anderen daarin niet veranderen. Als ik dit niet kan of wil accepteren, dan moet ik de keuze maken om niet tijdens spitsuur te fietsen.

En als laatste kies ik voor andere gedachten. De zon schijnt, dus daar concentreer ik me op. In het Vondelpark waar ik doorheen fiets is het minder druk, dus daar kan ik genieten van de bomen.

Omgaan met ergernissen in 5 stappen

Heb jij ook zo je ergernissen die je humeur negatief beïnvloeden? Anders omgaan met je ergernissen in 5 stappen:

1. Merk het getetter in je hoofd op: als je merkt dat je ineens geïrriteerd reageert of een slecht humeur krijgt, is de kans groot dat je je ergens aan ergert of dat iets je dwarszit. Welke gedachten gaan er door je hoofd? En welke emotie voel je daarbij?

2. Erken de onderliggende behoefte: welke behoefte ligt er onder het getetter in je hoofd?

3. Kun je de situatie veranderen? Kun je iets doen waardoor er in je behoefte wordt voorzien? Of kun je je ergernis op een constructieve manier uiten? Doe dat dan.

4. Kun of wil je de situatie niet veranderen? Accepteer dan dat het is zoals het is. Het heeft namelijk geen zin om je druk te maken over een situatie die je niet kunt of wilt veranderen. Je kunt je energie vast wel beter gebruiken!

5. Kies bewust andere gedachten. Wat zijn gedachten die je wél helpen? Waar kun je je op focussen om je beter te voelen?

Met je kinderen

Met je (iets oudere) kinderen kun je bovenstaande in vereenvoudigde vorm ook doen. Nadat je hebt erkend waar de behoefte van je kind ligt en wat bijbehorende gevoelens zijn, kun je bijvoorbeeld vragen: ‘Helpt deze gedachte je? Word je er blijer of minder blij van? Is er een andere gedachte die je wél helpt?’ En je kunt daarbij zelf wat voorbeelden geven.

Als je je kinderen aanleert om op een constructieve manier om te gaan met ergernissen (en andere niet-helpende gedachten), hebben ze hier wat aan voor de rest van hun leven.

Food for thought

Wat zijn jouw ‘ergermomenten’? Hoe ga je daarmee om? Ben je je bewust van de gedachten die op zo’n moment door je hoofd gaan?

Moederdag

Waar ik bij stilsta op Moederdag

Morgen is het Moederdag. Maar voor mij was het vandaag al feest met een ontbijt op bed en cadeautjes. Want de oudste dochter – zo gaat dat dan – heeft een slaapfeestje in een caravan met zes vriendinnetjes (hóe dan?!) en zal morgen een groot deel van de dag weg zijn.

Moederdag in mijn artjournal
Pré-moederdag: ontbijt op bed en cadeautjes

Omdat de Man en Lenthe naar een atletiekwedstrijd gingen, bracht ik – nadat ik een hyperactieve en ietwat nerveuze Sterre had afgezet bij het jarige vriendinnetje – het grootste deel van de dag alleen door.

Ik maakte op mijn gemak een wandeling in de buurt, haalde heerlijk brood bij het Vlaams Broodhuys en streek met een boek en mijn tekenspulletjes neer bij De Ysbreeker voor een latte macchiato.

Bevoorrechte positie

Ik voel me vaak dankbaar voor mijn meiden en het feit dat ik überhaupt kinderen heb kunnen krijgen, iets wat ik nooit als vanzelfsprekend heb beschouwd. Maar soms neemt de dagelijkse drukte de overhand en vergeet ik even de bevoorrechte positie waarin ik verkeer.

Dat ik twee gezonde en (meestal) gelukkige dochters heb. Dat ik zelf gezond genoeg ben om van ze te kunnen genieten. Dat ik nooit het verdriet heb gehad van een miskraam, een doodgeboren kindje of een ernstig ziek kindje. Dat mijn partner een geweldige vader is en dat ik het niet alleen hoef te doen.

Vieren en stilstaan

Morgen vieren we het moederschap. Laten we ervan genieten met heel ons hart. Vier het met je kinderen of met je eigen moeder, met een dierbare tante die als een moeder is voor je, met je kat of je hond als dat jouw kindje is.

En laten we morgen ook stilstaan bij de moeders die hun kindje verloren zijn. Bij de moeders die zo ziek zijn dat ze hun kinderen misschien niet zullen zien opgroeien. Bij de moeders die om een of andere reden niet van hun kinderen kunnen genieten. Bij de moeders die het allemaal in hun eentje moeten doen.

Laten we morgen het moederschap vieren én stilstaan bij alle moeders die het, om welke reden dan ook, moeilijk hebben.

Ik wens je een fijne moederdag!

Vreemde eend in de bijt

Ik voel me een vreemde eend in de bijt

Het is zondagmiddag en ik zit buiten in mijn winterjas aan een picknicktafel naast een groot sportcomplex in het dorpje Driemond (ik wist ook niet waar het lag, in de buurt van Amsterdam dus).

Ik ben omringd door honderden mensen in strakke neonkleding die praten over hun hartslag, de laatste kilometer, hun persoonlijke record. Uit de speakers schalt luide muziek. Ik voel me een vreemde eend in de bijt.

Mijn lieve, mooie, stoere meiden

Ik heb net de meiden aangemoedigd tijdens de Geinloop, een hardloopwedstrijd. Zo trots was ik toen ze voorbij liepen! Lenthe met haar nog korte beentjes die voluit gaat en alles geeft; Sterre die altijd een beetje in lijkt te houden, want stel dat ze voluit zou lopen en zichzelf dan zou teleurstellen met haar eindtijd?

Mijn lieve, mooie, stoere, sportieve meiden.

En nu zit ik te wachten op de lieve, mooie, stoere, sportieve Man die een lange afstand loopt. De meiden zijn nergens meer te bekennen; zij zwerven rond met hun atletiekvriendinnetjes en hebben vast de grootste lol.

En ik bevind me in een neonkleurige mensenzee, op het laatste plekje aan de picknickbank dat ik heb weten te bemachtigen. Overal om me heen is geluid en zie ik felle kleuren. Langzaam krijg ik hoofdpijn.

Bedreigend

Groepen, ik voel me er niet in op mijn gemak. Als relatieve introvert krijg ik het vaak benauwd als ik in een groep verkeer. Ik vind het al snel te veel, te luid, te vermoeiend en soms ook bedreigend.

Ooit woonde ik in Den Haag naast een studentenhuis vol jongens. Ze gingen naar een concert en vroegen of ik zin had om mee te gaan. Tijdens het concert kreeg ik het – met mijn 1.58 meter – zo benauwd toen de hele mensenmassa bij opkomst van Bryan Adams naar voren drong, dat ik in paniek raakte en nauwelijks meer kon ademen.

Een van de studentenjongens heeft me toen al vechtend door de mensenmenigte naar voren gebracht en over het hek getild, waar ik opgevangen werd door iemand van de EHBO.

Sindsdien ben ik altijd op mijn hoede in grote groepen. En ga ik tijdens concerten bij voorkeur aan de zijkant en niet in het midden staan.

Druk in mijn hoofd

De Geinloopgroep is een gemoedelijke groep en er zijn in geval van nood genoeg kanten om op te rennen. Er gaat geen dreiging uit van deze vrolijke, neonkleurige mensenmassa.

Maar het is wel een aanslag op mijn zintuigen. En ik zit hier al een hele tijd; degene met wie we terugrijden heeft een podiumplaats bemachtigd en de prijsuitreiking laat op zich wachten.

Het is druk in mijn hoofd. Heel druk.

Mijn redding

Gelukkig is de redding nabij. Want in mijn tas heb ik een etui met een klein dagboekje, tekenpennen, een reisverfdoosje en een waterbrushpen. Daar, aan de picknicktafel in de neonkleurige mensenzee, haal ik mijn tekenspullen tevoorschijn en begin te schrijven en te tekenen.

Door me te concentreren op het papier voor me, ben ik in staat om me af te sluiten voor de harde geluiden en kleuren om me heen. Terwijl ik schrijf en teken, wordt het langzaam rustiger in mijn hoofd. Ik schrijf en teken wat over Koningsdag, over Bevrijdingsdag en over de hardloopwedstrijd.

Geinloop
Pagina over de Geinloop uit mijn mini-dagboekje

Nog een vreemde eend in de bijt

Als het plekje tegenover me vrij is, komt er een oudere heer zitten die net als ik gewone kleding aanheeft. Na wat gerommel in zijn tas haalt hij een dik boek tevoorschijn en begint te lezen.

Rechts van mij aan de picknicktafel vragen drie roodaangelopen neonmensen zich luid af of ze een bakje friet zullen delen of toch ieder maar een eigen bakje zullen nemen.

De oudere heer leest en ik schrijf en teken. We zeggen niets tegen elkaar, maar dat is ook niet nodig: voor even, hier en nu, zijn we zielsverwanten. Samen vormen we een oase van rust in de opgewonden neonmenigte.

Ik voel me nog steeds een vreemde eend in de bijt. Maar nu is het rustig in mijn hoofd. En ik ben niet langer de enige vreemde eend in de bijt.

Food for thought

  • Heb jij wel eens last van te veel prikkels? Hoe ga je daar mee om? En hoe reageert je kind op te veel prikkels? Hoe kun je jezelf en je kind helpen om goed om te gaan met alle prikkels waaraan we tegenwoordig blootgesteld worden?
  • Ben je iemand die gedijt in groepen of ze juist liever vermijdt? En hoe zit dat met je kind?
  • Voel jij je wel eens een vreemde eend in de bijt? Hoe voel je je daardoor? En wat doe je op zo’n moment?
Hoe slijm zorgt voor rust bij jou en je kind

Hoe slijm zorgt voor meer rust (bij jou én je kind)

Sterre is geobsedeerd met slijm (nou niet meteen afhaken, dit verhaal gaat uiteindelijk ergens naartoe, echt waar).

Het slijm van tegenwoordig is wat smurfensnot voor mijn generatie was. Als ik me goed herinner, maakte je dat door afwasmiddel in een plastic zakje te doen en dan over het plastic zakje te wrijven, net zolang tot het heerlijk zacht aanvoelde. En dan maar hopen dat het plastic zakje niet knapte.

Maar terug naar het slijm. De afgelopen weken hebben zowel ik als de Man verschillende winkels bezocht om de juiste ingrediënten te zoeken die je nodig hebt om slijm te maken. En goed slijm maken luistert heel nauw, zo leert de ervaring. Voor het beste slijm – dat niet aan je handen blijft plakken – zijn lenzenvloeistof, scheerschuim en doorzichtige lijm nodig, liefst van een bepaald merk en dan in precieze doseringen.

Van het kastje naar de muur, en weer terug

Na een paar mislukte pogingen met andere ingrediënten zoals wasmiddel, stond ik in de Hema om de juiste scheerfoam (let wel: geen scheergel, dat werkt niet) te halen. Daarna was het door naar de Action, een winkel waar ik nog nooit geweest was, voor lenzenvloeistof en doorzichtige lijm, want – zo had Sterre mij op het hart gedrukt – die moesten echt van de Action zijn.

Maar helaas: de Action had de benodigde spullen niet. Dus fietste ik weer terug naar de Hema om de andere ingrediënten toch maar daar te halen, met het risico dat het niet de juiste spullen waren. Geheel nutteloos was mijn tochtje naar de Action overigens niet. Ik had daar een al lang gewenste, heel goedkope (dus vast niet heel duurzaam geproduceerde) staande schaaf gekocht, die ik bij thuiskomst de Man in zijn handen drukte met de opmerking: ‘Zo, dit wil ik voor Moederdag, hoef je niet verder meer te zoeken’.

Maar dat terzijde.

De aantrekkingskracht van slijm

De ingrediënten, hoewel niet allemaal van het juiste merk, bleken toch goed te zijn. Blij roerde Sterre in de smurrie die steeds vastere vorm aannam tot het slijm van de juiste dikte werd. En toen begon de pret pas echt. Kneden, stukken afbreken, het slijm uit elkaar trekken en dan heen en weer wapperen. Uren was Sterre ermee bezig.

Sterre is van nature een kind dat veel nadenkt over het leven, over anderen en over zichzelf. Ze heeft een wat serieuze en perfectionistische inslag, in tegenstelling tot Lenthe. Ze zit – om maar een quasi-therapeutische term te gebruiken – veel in haar hoofd. Ik herken het nodige van mezelf in haar…

‘In je hoofd zitten’ is vaak prima, maar soms kan het erg druk worden daarbinnen. En dan is het fijn om iets te doen waardoor er meer ruimte komt in je hoofd.

Minder denken, meer voelen met je zintuigen.

Waarom slijm goed is voor jou (en je kind)

In het geval van een druk hoofd helpt het vaak om iets met je handen te doen. Voel je je gestrest? Ga naar de winkel, koop lenzenvloeistof, doorzichtige lijm en scheerfoam en doe er je voordeel mee. Maar je kunt natuurlijk ook gaan tekenen, handletteren, breien, haken, brooddeegpoppetjes maken, kleien of een taart bakken. Whatever floats your boat.

Het voordeel van het kneden van slijm is dat, als de slijm eenmaal gelukt is, er geen enkele druk tot ‘presteren’ bij komt kijken.

Je ‘perfectionista’, die je vaak toefluistert – of in sommige gevallen toeschreeuwt – dat het beter, mooier, hoger, sneller, harder moet, kan heerlijk een dutje gaan doen. Want jij hoeft alleen maar te voelen, te kneden en je zintuigen open te zetten. Verstand op nul. Pure ontspanning!

Droge macaroni en rijst

In mijn praktijk als kindertherapeut had ik altijd een bak met droge macaroni en rijst staan. Wanneer kinderen daar hun handen doorheen lieten gaan, zag ik ze vaak helemaal ontspannen door het fijne gevoel. Er kwam een soort dromerige blik in hun ogen. Ik moet bekennen dat ik zelf ook vaak enthousiast mee deed.

Dus vind je slijm maken toch te bewerkelijk of stoot het idee je af? Een bak met droge macaroni en rijst heeft min of meer hetzelfde effect. (Het is natuurlijk niet geschikt voor kinderen die de leeftijd hebben dat ze alles in hun mond steken, maar dan is slijm ook geen handige optie).

How to…. zelf slijm maken

Nieuwsgierig geworden en wil je zelf slijm maken? Met of zonder je kinderen?  Hieronder een filmpje met de instructie. Veel plezier!