Hoe je een ‘attitude of gratitude’ cultiveert (bij jezelf én je kinderen)

Ik stapte met een slecht humeur uit bed. Het was zaterdagochtend, half acht. Ik had prima geslapen. Dus daar lag het niet aan. Waar mijn slechte humeur dan wel aan te wijten was? Ik keek niet erg uit naar de dag die in het verschiet lag.

De meiden mochten die dag allebei meedoen met de regionale atletiekfinales. Beiden waren op hun eigen manier opgewonden: de ene was bang dat ze het stokje bij de estafette zou laten vallen en de andere mocht na de wedstrijd bij een atletiekvriendinnetje blijven logeren waar ze heel erg naar uitkeek.

Dat is toch leuk?!

‘Maar dat je kinderen mee mogen doen aan de regionale atletiekfinale is toch juist leuk?’, zeg je. Ja, als je het heerlijk vindt om een hele vrije dag, van negen tot zes, langs een sportveld te staan. Of als je geniet van gesprekken over het balgooirecord van Marietje, de 60 meter-tijd van Pietje en de clubvlag die toch echt vervangen moet worden.

Het weerbericht voorspelde niet veel goeds: het beloofde een lange, koude, natte dag te worden. Ik betrapte mezelf op intern gemopper en gezucht terwijl ik mijn ontbijt naar binnen werkte.

An attitude of gratitude

In mijn blogpost van vorige week vertelde ik je over de drie ingrediënten voor meer rust en geluk in de drukte: de juiste mindset, de juiste prioriteiten en de juiste actie.

Dankbaarheid, an attitude of gratitude zoals het zo mooi rijmt in het Engels, is onderdeel van de juiste mindset. Want wie zich vaak dankbaar voelt, voelt zich gelukkiger.

Op mijn bureau lag al een aantal dagen het boek ‘The Gratitude Diaries’ van Janice Kaplan dat ik vorig jaar september in New York had gekocht en waar ik iedere ochtend met plezier een stukje in las.

The Gratitude Diaries door Janice KaplanNu vind ik mezelf over het algemeen best een dankbaar mens. Ik schrijf minstens vijf keer in de week op waarvoor ik dankbaar ben en sta regelmatig even stil om de mooie dingen van het leven te waarderen. Door mijn reizen naar ontwikkelingslanden ben ik me heel bewust van het geluk dat ik heb in Nederland geboren te zijn. En aan de meiden vraag ik vaak bij het avondeten wat ze die dag fijn, mooi of leuk vonden.

Wat zat ik nou te mopperen?!

Dus ik haalde een keer diep adem en begon in mijn hoofd mijn zegeningen te tellen. Dankbaar dat ik twee gezonde, intelligente, mooie en sportieve dochters had. Dankbaar dat ik überhaupt mee kon naar de atletiekwedstrijd.

Onlangs had ik gehoord over een moeder van jonge kinderen die overleden was aan kanker en nooit meer een wedstrijd van haar kinderen zou zien, dus wat zat ik nou te mopperen?!

Ik was ook dankbaar dat de Man zo betrokken was bij de meiden en dat zij het sporten van hem meekrijgen (van mij krijgen ze duidelijk andere dingen mee). Ik was dankbaar dat de meiden mee mochten doen met de finale en dankbaar dat we een auto van Greenwheels konden huren en niet met de bus naar Edam hoefden. En zo ging ik nog een tijdje door.

Geen ontsnappen aan

Mijn humeur werd beter door mijn zegeningen te tellen en dat bleef ik gedurende de dag doen. Ik moedigde de meiden en hun teamgenoten aan bij het rennen, balgooien, vérspringen en andere sportieve dingen. De Man coachte lief en geduldig de mini’s. Ik kletste wat met de ouders, die overigens allemaal heel aardig zijn. En het was tenminste droog.

Maar rond een uur of drie ’s middags begon mijn rug toch wel heel erg pijn te doen van het continue staan, was ik tot op het bot toe verkleumd en was er in de kantine geen plek om even te zitten. Overal waren mensen en lawaai, er was geen ontsnappen aan. Ik voelde me zo rot dat ik wel kon huilen. Mijn attitude of gratitude was ver te zoeken.

Nummer 656, patat!!!

Ik wilde alleen maar weg van de pijn en uit de herrie, weg van het sportveld. Maar ik wilde er voor mijn meiden zijn, dus ik bleef. De – overigens heel geduldige – Man vond de enige lege stoel in de kantine voor me waar ik op ging zitten. Ik pakte het boek ‘The Gratitude Diaries’ uit mijn tas, dat ik had meegenomen voor de vele tussenuren.

Het tellen van mijn zegeningen werkte op dat moment niet, maar me verliezen in een boek misschien wel. Net toen ik erin slaagde mezelf voldoende af te sluiten van al het tumult in de kantine (‘Nummer 656! Nummer 656, patat!!!) en me van binnen wat rustiger begon te voelen, kwam mijn schoonvader binnen. Van wie ik overigens heel lief een Bounty kreeg omdat ik geen contant geld had en de kantine geen pinautomaat en ik heel erg de behoefte had aan iets zoets en slechts.

Lang verhaal kort(er)

Om een al lang verhaal korter te maken: drama op de atletiekbaan, huilende kinderen (ik ook weer bijna in tranen), eeuwigdurende prijsuitreiking die niet bleek te kloppen en de Man die in al zijn goedheid aan mij onbekende mensen aangeboden had om mee terug te rijden, waardoor ik achterin geen gordel om kon en me schuldig voelde omdat ik niet in staat was tot small talk. Kortom, ik heb fijnere dagen gekend.

Glas halfleeg of halfvol?

Maar dat is het ‘glas-is-halfleeg scenario’. Het ‘glas-is-halfvol scenario’ is als volgt: de ene dochter had een pijnlijke maar belangrijke levensles geleerd (althans, dat hoop ik dan maar, anders was al het verdriet voor niets), de andere dochter had onverwacht de 2e plek behaald met haar team (die uitslag klopte gelukkig wél). En niemand had het estafettestokje laten vallen.

We zijn niet nat geregend en de ene dochter was voldoende hersteld van haar kou om bij haar atletiekvriendinnetje te blijven logeren. Met de andere dochter haalden we ’s avonds Chinees en lagen op de bank onder een dekentje naar Dance Dance Dance te kijken.

En toen kon ik ineens wel weer een diepe dankbaarheid voelen. Al was het alleen maar omdat de dag voorbij was. 


5 tips om een attitude of gratitude te cultiveren

Maar hoe doe je dat nou, dankbaarheid voelen en een attitude of gratitude cultiveren? Een aantal tips:

1. Schrijf – het liefst iedere dag –  één of meerdere dingen op waarvoor je dankbaar bent. Al gaat een dag zo slecht, er is altijd wel iets om dankbaar voor te zijn.

2. Maak door de dag heen foto’s van de dingen die je eventueel op kunt schrijven later.

3. Schrijf een brief naar een persoon die je dankbaar bent voor de invloed die hij of zij op je leven heeft gehad. Als het mogelijk is, maak dan een afspraak met die persoon en lees je brief voor.

4. Pay it forward: doet iemand iets waarvoor jij dankbaar bent? Doe dan iets voor iemand anders. Zo geef je het door.

5. Wat als het even niet lukt om dankbaarheid te voelen? Accepteer dit dan en kijk op een later moment of er dan wél dingen zijn waarvoor je je dankbaar voelt. Jezelf op je kop slaan omdat je even geen dankbaarheid voelt, draagt niet bij aan geluk.

Dankbaarheid met kinderen

Opvoeden is vóórleven, zeg ik vaak. Het beste dat je als ouder kunt doen, is zelf het goede voorbeeld te geven. Ook hierin weer. En dan maar hopen dat het uiteindelijk bij je kinderen beklijft. Moet je soms wel even wachten tot de puberteit voorbij is.

Wat ook helpt, is om de horizon van je kinderen te verbreden. Ze ervaringen te laten opdoen waardoor ze zich realiseren hoe goed ze het hebben. (Na een week dagkamp in de vakantie met begeleiders die blijkbaar niet zo empathisch zijn als de Man en ik, vertelde mijn oudste dochter dat ze zó blij was met ons als ouders. Dit was overigens een onbedoeld neveneffect van het kamp, maar ik was er desalniettemin heel dankbaar voor.) Let wel: een belerend vingertje werkt meestal averechts.

Je kunt dagelijks op een rustig moment vragen aan je kinderen waar zij die dag dankbaar voor waren of wat zij die dag fijn vonden. Geef ze daarbij ook wel de ruimte om de dingen te delen die niet fijn waren. Als je kinderen er geen zin in hebben, prima. Dan doe jij het samen met je partner (als je die hebt) of alleen.

Je kunt ook een geluks- of dankbaarheidspot maken: iedere dag schrijf je op een papiertje waar je die dag dankbaar voor bent en dat doe je in de pot. Aan het eind van het jaar (of op een ander moment) keer je de pot om en lees je alle briefjes.


Citaat en boekentip

‘The best kind of gratitude is the one you feel in your heart, not your mind.’

Ik vind het een mooi en toepasselijk citaat. Maar als je even geen dankbaarheid kunt voelen in je hart (want soms heb je gewoon van die momenten dat je van alles baalt), dan kun je het wat mij betreft ook gewoon met je hersenen bedenken of, zoals gezegd, het op een later moment nog eens proberen. Jezelf op je kop geven omdat het even niet lukt, draagt namelijk niet bij aan je geluk.

Het citaat komt uit het eerder genoemde boek The Gratitude Diaries. How a year looking on the bright side can transform your life van journalist Janice Kaplan. Ik heb het boek nog niet helemaal uit, maar de verhalen over haar eigen ervaringen zijn herkenbaar (zeuren over het weer, ondankbare tieners, mopperen op je partner) en lezen lekker weg. Daarin verwerkt ze ook resultaten uit onderzoek en interviews die ze met experts en anderen over dit onderwerp heeft gehouden. Een aanrader dus!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *