Drukke ouders, drukke kinderen?

‘Zulke ouders worden wij nooit’, verkondigde ik vroeger aan de Man en ieder ander die het horen wilde. ‘Van die ouders met van die drukke kinderen. Van die ouders die hun kinderen naar tien sport- en hobbyclubjes doen, waardoor die kinderen nooit eens echt tijd vrij hebben’.

Lummeltijd

De Man knikte altijd minzaam als ik me weer eens druk maakte over te drukke kinderen en las vervolgens verder in zijn krant. Maar, zo dacht ik, de Man was het in ieder geval met me eens. Hij zag ook het belang in van lummeltijd, van écht vrije tijd, waarin een kind – nou ja, het woord zegt het al – een beetje kan lummelen. In zijn eentje of met een vriendje of vriendinnetje.

En tenslotte was ik kindertherapeut, dus ik wist natuurlijk hoe het zat. Lummeltijd is goed voor je geest.

En in de drukke, prestatiegerichte samenleving van vandaag, met alle prikkels die continu binnenkomen, hebben we die lummeltijd heel hard nodig.

Mond vol tanden

Op een recente zaterdag langs de atletiekbaan sprak een moeder van een van de andere kinderen me aan. “Wat leuk dat Sterre ook mee gaat doen met de loopgroep op zondag,’ zei ze enthousiast.

Ik verslikte me in mijn water. ‘Eh ja,’ stamelde ik. Ik had geen flauw idee waar ze het over had.

Sterre ging al naar atletiek op woensdagen en zaterdagen en dat vond ik, naast haar gitaarles, een dag opvang en verplicht meegaan naar de zwemles van Lenthe, meer dan genoeg geplande activiteit in een week.

Toen Sterre voorbij kwam gelopen, besloot ik aan haar te vragen hoe het zat. Misschien was het allemaal een groot misverstand. Maar helaas.

‘Ja,’ zei Sterre, ik ga meedoen met de loopgroep iedere zondag, dat mag van papa’. ‘O’, was alles dat uit mijn mond kwam.

Stampvoeten als een klein kind

Ik besloot de Man om opheldering te vragen. ‘Hoezo gaat Sterre met de loopgroep op zondag meedoen’, vroeg ik met gevaarlijk zachte stem. De Man, die mij na zeventien jaar goed genoeg kent om te weten wanneer ik iets niet grappig vind, keek naar de grond.

‘Eh ja, stamelde hij, terwijl hij een schaapachtige blik mijn kant op waagde, ‘dat had ik nog niet met je besproken’.

Nee, dat was wel duidelijk! Blijkbaar was alles al in kannen en kruiken en gecommuniceerd aan Sterre en de andere atletiekouders. ‘Nou, als jij iedere woensdag, zaterdag én zondag langs de atletiekbaan wil staan, dan ga je je gang maar’, zei ik boos. En stampvoette heel volwassen weg.

Het echte probleem

Een deel van mij was gewoon boos dat de Man niet met mij had overlegd. Als ouders bespreek je zaken die de kinderen betreffen met elkaar voordat je een besluit neemt, vind ik. Daarnaast had ik echt geen zin om meerdere malen per week langs de atletiekbaan te staan. Het is – om het maar even populair te zeggen – niet mijn ding.

Maar een deel van mijn boosheid was principieel: naast school vind ik vijf tot zes dagen ‘verplichte’ of geplande activiteit gewoon te veel.

Zeker voor kinderen die gevoeliger lijken te zijn voor allerlei prikkels dan andere kinderen en die de lat voor zichzelf zo hoog leggen dat ze er regelmatig last van hebben.

Niet projecteren

Maar ik realiseerde me ook dat ik mijn relatief grote behoefte aan rust en alleen-tijd niet te veel moet projecteren op mijn meiden. Ik geloof nog steeds dat ieder kind (en iedere volwassene) baat heeft bij lummeltijd. Maar dat hoeft niet voor ieder kind dezelfde hoeveelheid te zijn.

‘Mop,’ begon ik die avond tegen Sterre, ‘lijkt de loopgroep je echt leuk?’ ‘Ja!’, antwoordde ze enthousiast. Ze voegde eraan toe: ‘Ik ga gewoon kijken hoe ik het vind. Als ik het niet leuk vind, dan stop ik gewoon’. Dat leek me een heel wijs antwoord.

Toch van die ouders

Ik nam me voor om goed in de gaten te houden hoe het met Sterre en haar drukke schema zou gaan de komende periode. Ook zou ik haar helpen om toch nog genoeg lummeltijd over te houden tussendoor.

En ik zou nooit meer hardop zeggen dat we niet van dat soort ouders zijn, met van die drukke kinderen. Want nu was ik wél zo’n soort ouder. 


Hoe weet je of je kind het te druk heeft?

Vaak hebben we de neiging om onze eigen gevoelens en wensen te projecteren op onze kinderen. Als dat gebeurt, zien we onze kinderen niet helemaal voor wie ze echt zijn. Zo kan het zijn dat je kind jouw behoefte aan veel sociale contacten niet deelt. Of dat je kind juist minder rust nodig heeft dan jij zelf.

Daarom betreft een deel van de onderstaande vragen eerst jezelf. Om daarna beter onderscheid te kunnen maken in wat voor jou geldt en wat voor je kind geldt.

Vragen die je jezelf kunt stellen om te bepalen of je kind het te druk heeft

Je kunt de antwoorden op de vragen opschrijven, zodat je er op een ander moment nog eens naar kunt kijken.

  • Richt je aandacht eerst op jezelf: hoe druk heb jíj het? Hoe richt jij je leven in en hoe voel je je daarbij? Waar laad jij van op en wat kost je energie?
  • Haal vervolgens een paar keer diep adem en denk nu aan je kind. Wat voor persoonlijkheid heeft je kind? Is je kind meer extrovert of introvert? Houdt je kind van actie met anderen of meer van rustig in een hoekje een boekje lezen? Heeft je kind heel veel energie of is hij/zij snel moe? Heeft je kind weinig of veel tijd nodig om ’s avonds in slaap te komen?
  • Wat herken je van jezelf in je kind en wat niet? Waarin is je kind anders dan jij? Hoe vind je dat?
  • Kijk eerlijk naar de verwachtingen die je hebt van je kind. Kun je accepteren dat je kind niet aan al jouw verwachtingen voldoet? Mag je kind zichzelf zijn, zelfs als je bepaalde dingen niet helemaal begrijpt?
  • Zijn er tekenen dat je kind het te druk heeft of te weinig rust krijgt? Lusteloosheid, vermoeidheid, moeilijk in slaap kunnen komen, hyperactiviteit, buikpijn of hoofdpijn zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak, overmatige geïrriteerdheid, ’s ochtends niet kunnen opstaan, sneller verdrietig zijn, niet meer de dingen willen doen waar hij/zij altijd zo’n plezier in had: dit kunnen tekenen zijn dat je kind het te druk heeft of te weinig rust krijgt.
  • Vraag het je kind zelf! Wat vindt je kind van zijn schema? Vindt je kind dat zij het te druk heeft? Als dat zo is, geef je kind dan de ruimte om nee te zeggen tegen bepaalde activiteiten. Experimenteer samen met je kind: wat werkt wel en wat werkt niet?

Drukke kinderen, drukke ouders?

Als je je kind al in een vroeg stadium helpt om de verhouding tussen activiteit en rust aan te passen aan zijn behoeften, dan zal hij daar de rest van zijn leven profijt van hebben. Dit is jammer genoeg (nog) niet iets dat kinderen op school leren, dus hier kunnen wij ze een handje bij helpen.

En daarnaast geldt ook hier mijn persoonlijke motto: opvoeden is vóórleven. Want kinderen doen namelijk vaak na wat je doet en niet wat je zegt. Dus als jij voor jezelf een goede balans tussen activiteit en rust weet te creëren, dan geef je daarin het goede voorbeeld. 


Gerelateerde artikelen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *