Mijn grootste ergernis en hoe ik daarmee omga

Ik ben geboren in Zeeland en opgegroeid in Brabant, maar ik hou van Amsterdam. Echt waar. Ik hou van de bedrijvigheid en de diversiteit. Van de filmhuizen en musea op steenworp afstand. Ik hou van de buurt waarin ik woon met de fijne koffietentjes dichtbij en van ons huis met de kabouters op het dak.

Perspectief

Maar er is één ding in Amsterdam waar ik me groen en geel aan erger. Nou moet ik deze opmerking even in perspectief plaatsen: ik oordeel of erger me niet zo snel. En al helemaal niet groen en geel.

Gevalletje beroepsdeformatie denk ik. Iedereen heeft z’n eigen innerlijke strijd te strijden en ik weet niet wat er in een ander omgaat en waarom de ander doet zoals die doet (wat geen vrijbrief is om onacceptabel gedrag te accepteren, maar dat is een ander verhaal).

Krachttermen

Goed, terug naar Amsterdam en mijn ergernis. Ik hou dus van mijn stad. Maar er zijn momenten dat ik wens dat ik in een rustig dorpje woonde. In zo’n boerderij met in de wijde omtrek geen andere huizen of mensen te bekennen. En dat zegt heel wat, want ik ben echt een stadsmens.

Op die momenten waarop ik wens dat ik ergens anders ben, vindt er iets vreemds plaats in mijn hoofd. Mijn normaal redelijk milde en open blik naar de wereld en andere mensen is ineens nergens meer te bekennen.

In plaats daarvan loop ik te mopperen en gebruik ik – in mijn hoofd – krachttermen of andere aanduidingen die ik uit de mond van mijn kinderen niet wil horen.

Onmogelijk ingeklemd

Het begint al als ik ’s ochtends rond half negen de deur uitga en naar mijn fiets loop. Die staat onmogelijk ingeklemd tussen het rek en twee andere fietsen, omdat één of andere vader (het is een mannenfiets met een kinderzitje, vandaar deze conclusie) het nodig vond om zijn fiets pal tegen de mijne aan te zetten.

Verschillende krachttermen, aannames en oordelen schieten door mijn hoofd. ‘Aso, je bent toch niet alleen op de wereld!’ foeter ik in mijzelf. (De rest van mijn tirade zal ik jullie besparen.) Het kost me tien minuten gehannes voordat ik mijn fiets eindelijk los heb.

Mopperen op mezelf

Vervolgens word ik bijna van mijn sokken gereden omdat mensen het nodig vinden om met z’n tweeën tegelijk mij in te halen op het smalle fietspad. Nadat ik intern een potje heb lopen mopperen over waar het fatsoen toch is gebleven en dat iedereen tegenwoordig alleen maar aan zichzelf denkt en waarom zo’n haast, maak ik mezelf tot slachtoffer van mijn gemopper.

‘Hoezo heb je niet gewoon gewacht tot het spitsuur voorbij was, je weet toch dat het druk is nu?! Je had ook gewoon thuis kunnen blijven werken, je hóefde de deur niet uit. Het is je eigen keuze. Eigen schuld, dikke bult. Muts.’

Het is een drukte van jewelste in mijn hoofd met al dat getetter.

Mijn grootste ergernis

Als je het nog niet door had: het verkeer in Amsterdam tijdens spitsuur is mijn grootste ergernis. Het brengt het allerslechtste in mij naar boven. Nou lijkt mijn ergernis je misschien overdreven en denk je: ‘Als dát je grootste ergernis is, ik heb een nog veel grotere ergernis!’ Helemaal prima (zie je, ik oordeel niet :-).

Maar laat het me even uitleggen. Ik ben in de afgelopen paar maanden twee keer door een andere fietser aangereden terwijl ik gewoon op een rechte weg zonder kruising netjes aan de rechterkant rechtdoor reed! En dat zijn dan de echte ongelukken; ik heb het niet eens over de vele ‘bijna-ongelukken’.

Stop het getetter

Maar goed, terug naar de ochtend van mijn ingeklemde fiets en de dubbele inhaalmanoeuvre. Ineens word ik me bewust van het negatieve getetter in mijn hoofd. Ik besluit om er van een afstandje naar te kijken – ik koppel mezelf als het ware los van mijn gedachten, ik word de observator.

Ik stel mezelf de vraag: heb ik hier wat aan? Draagt het negatieve getetter in mijn hoofd bij aan een goed humeur of een productieve dag? Het antwoord is duidelijk: nee.

Vervolgens erken ik de behoeften die onder het negatieve getetter zitten. Voor mij zijn dat onder meer behoefte aan veiligheid en de behoefte om mijn ruimte in te kunnen nemen – zonder door anderen aangereden te worden.

Ik erken dat de situatie is zoals die is: het is nu eenmaal druk tijdens spitsuur en er zijn mensen die daar anders mee omgaan dan ik. Ik kan anderen daarin niet veranderen. Als ik dit niet kan of wil accepteren, dan moet ik de keuze maken om niet tijdens spitsuur te fietsen.

En als laatste kies ik voor andere gedachten. De zon schijnt, dus daar concentreer ik me op. In het Vondelpark waar ik doorheen fiets is het minder druk, dus daar kan ik genieten van de bomen.

Omgaan met ergernissen in 5 stappen

Heb jij ook zo je ergernissen die je humeur negatief beïnvloeden? Anders omgaan met je ergernissen in 5 stappen:

1. Merk het getetter in je hoofd op: als je merkt dat je ineens geïrriteerd reageert of een slecht humeur krijgt, is de kans groot dat je je ergens aan ergert of dat iets je dwarszit. Welke gedachten gaan er door je hoofd? En welke emotie voel je daarbij?

2. Erken de onderliggende behoefte: welke behoefte ligt er onder het getetter in je hoofd?

3. Kun je de situatie veranderen? Kun je iets doen waardoor er in je behoefte wordt voorzien? Of kun je je ergernis op een constructieve manier uiten? Doe dat dan.

4. Kun of wil je de situatie niet veranderen? Accepteer dan dat het is zoals het is. Het heeft namelijk geen zin om je druk te maken over een situatie die je niet kunt of wilt veranderen. Je kunt je energie vast wel beter gebruiken!

5. Kies bewust andere gedachten. Wat zijn gedachten die je wél helpen? Waar kun je je op focussen om je beter te voelen?

Met je kinderen

Met je (iets oudere) kinderen kun je bovenstaande in vereenvoudigde vorm ook doen. Nadat je hebt erkend waar de behoefte van je kind ligt en wat bijbehorende gevoelens zijn, kun je bijvoorbeeld vragen: ‘Helpt deze gedachte je? Word je er blijer of minder blij van? Is er een andere gedachte die je wél helpt?’ En je kunt daarbij zelf wat voorbeelden geven.

Als je je kinderen aanleert om op een constructieve manier om te gaan met ergernissen (en andere niet-helpende gedachten), hebben ze hier wat aan voor de rest van hun leven.

Food for thought

Wat zijn jouw ‘ergermomenten’? Hoe ga je daarmee om? Ben je je bewust van de gedachten die op zo’n moment door je hoofd gaan?

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *