Waarom ik word uitgelachen en me er niets van aantrek

Een aantal jaren geleden maakte ik een grote fout. Op een mooie zondagmiddag tijdens de lunch vertelde ik enthousiast aan mijn oudste en beste vriend dat ik zo’n fijne ochtend had gehad.

Ik had namelijk de aankomende week gepland in mijn agenda, met mooie glitterstickers en post-it notes, zo vertelde ik hem blij. De beste vriend verslikte zich bijna in zijn drankje en lachte mij hartelijk uit.

Mijn liefde voor glitterstickers

Er volgden vele gelegenheden waarbij mijn enthousiasme voor glitterstickers te pas en te onpas via whatsapp en face-to-face, in één-op-ééncommunicatie en in groepen min of meer liefdevol belachelijk werd gemaakt.

Nog steeds, en we leven inmiddels toch al jaren na mijn bekentenis, leent mijn liefde voor mooie stickers zich zo nu en dan voor een spottende opmerking. ’Voel je je niet lekker? Plak er een sticker overheen!’

Kunst met een grote K

Nu is de beste vriend zelf van het type Kunst met een grote K en Cultuur met een grote C. Daar snap ik soms wel iets van en soms ook helemaal niet. Dus het was niet zo gek dat de beste vriend mijn bekentenis over glitterstickers ook niet helemaal op waarde wist te schatten.

Daarnaast heb ik me op de middelbare school, waar de beste vriend en ik elkaar op twaalfjarige leeftijd leerden kennen, nooit iets gelegen laten liggen aan glitterstickers of aanverwante zaken. Ik liep daar rond in een wijde tuinbroek, met mijn haar in een knot en een bril op. Omdat ik me wilde afzetten tegen het standaardbeeld van wat als mooi en lelijk gezien werd.

Midlife crisis?

Glitterstickers of mooie post-it notes hielden me dus heel lang totaal niet bezig. En toen ineens wel. Zo rond mijn veertigste begon het, geloof ik. ‘Ineens’ was ik in het bezit van een aanzienlijke verzameling blikjes met daarin de mooiste stickers. Blij koos ik er wekelijks een paar uit die ik, samen met mooie post-it notes, in mijn agenda plakte.

Had ik iets in te halen van vroeger, voor dat meisje dat altijd zo serieus aan het leren was en weinig tijd of aandacht had voor dergelijke ‘frivole’ zaken? Dat meisje dat gedreven werd door perfectionisme en discipline? Dat meisje dat niet als oppervlakkig gezien wilde worden of – nog erger – als dom blondje?

Of had ik gewoon last van een midlife crisis? En was mijn stickerobsessie misschien een truttige variant van wat – even schaamteloos generaliseren – een sportwagen, motor of buitenechtelijke relatie voor mannen met een midlife crisis schijnen te zijn?

Jammer dan!

Wat de reden voor mijn liefde voor mooie stickers en post-it notes (o ja, en fijne notitieboekjes niet te vergeten!) ook moge zijn, het belangrijkste is dat ik er gewoon heel blij van word. Maakt dat me oppervlakkig of truttig? Misschien in de ogen van sommigen wel. Maar dat is dan jammer.

Want dat zijn mensen die om de een of andere reden niet verder (kunnen) kijken dan hun neus lang is. Die moeite hebben om te zien dat niemand alléén maar dit óf dat is. Of die veroordelen wat ze niet begrijpen.

I’m every woman

Chaka Khan zong het al: ‘I’m every woman, it’s all in me’. Ik ben de oppervlakkige glitterstickerfan én de serieuze studiebol. De analyticus én de creatieveling. De volwassene én het kind. De ratio én de emotie. De engel én de duivel.

Ik weet inmiddels dat ik al deze kanten in me heb. En daarom verkondig ik nu, hier, en plein public en zonder gêne, mijn liefde voor glitterstickers, mooie post-it notes en fijne notitieboekjes. En trek mij niets aan van wat anderen daarvan vinden. Want ik word er gelukkig van.

(De allereerste blogpost die ik op mijn website publiceerde ging overigens over ‘unapologetically YOU’ zijn. Je kunt ‘m hier teruglezen.)

Nog bevriend?

Overigens is de beste vriend – die mij liefdevol New York heeft laten zien in september, het moet gezegd worden – nog steeds mijn oudste en beste vriend, alle stickergrapjes ten spijt. Maar na het lezen van deze blogpost verandert dat misschien. Ach ja, in dat geval…. plak ik er gewoon een mooie glittersticker overheen!

Food for thought

Ben jij wel eens raar aangekeken of uitgelachen toen je enthousiast vertelde over iets dat je leuk vond of waar je heel blij mee was? Welke ‘kanten’ zitten er in jou? Mogen die allemaal aan bod komen, laat je ze allemaal zien aan de mensen om je heen? En hoe werkt dit bij jouw kinderen? 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *