Hoe het motto van mijn vader me heel soms in de weg zit

In de grote vakantie stapte ik, na een maand kwakkelen met mijn gezondheid, onder de ibuprofen en de codeïne het vliegtuig in naar Menorca. Ik had te lang, te hard doorgewerkt tegen beter weten in en slecht voor mezelf gezorgd, zo schreef ik in een eerdere blogpost.

Dat zou ik na de grote vakantie anders doen, had ik mij voorgenomen.

En dat lukte ook. Nou ja, grotendeels dan. Ik kom op tijd thuis voor het avondeten, werk ‘s avonds niet meer door, zorg voor voldoende ontspanning, neem regelmatig pauzes en loop vaak een rondje in het park met een collega.

Daarom – en ik weet dat ik nu klink als een verongelijkt kind – vond ik het ook super oneerlijk dat ik toch wéér snotverkouden was. Zó verkouden dat de zachte wind buiten al pijn deed aan mijn gezicht.

 

De man, mijn oudste dochter én mijn jongste hadden het alle drie ook al te pakken gehad. Maar ík zou toch niet besmet worden? Ik was toch goed bezig? Ik had toch geen stress? Ik had toch net een heerlijke, ontspannen, zonovergoten week New York achter de rug?
Beroerd draaide ik me ’s nachts om in mijn bed, wakker geworden van de keelpijn, en dacht aan de afspraken die ik de volgende dag had en het werk dat op me lag te wachten. Ik vroeg me af hoe ik het in hemelsnaam allemaal ging redden.

Maar hé, schoot het ineens door mijn met snot gevulde hoofd, wacht even…dit was een kans om het universum, mezelf en mijn meiden te laten zien dat ik het echt meende, dat goed voor mezelf zorgen.

 

En goed voor mezelf zorgen betekende in dit geval dus de afspraken voor de volgende dag afzeggen en het werk laten liggen of aan iemand anders overdragen. En misschien ook wel voor de dag erna, en de dag dáárna als het nodig was…

 

Maar de invloed van mijn dierbare – Calvinistisch opgevoede – vader, wiens motto is ‘Niet lullen, maar poetsen’ (sorry voor het taalgebruik, maar ik kan er ook niets anders van maken) en die plichtsbesef hoog in het vaandel heeft, was duidelijk merkbaar. En hoewel dat motto en het gedeeltelijk van mijn vader overgenomen plichtsbesef me ook vaak dienen, zitten ze me af en toe even flink in de weg.

Terwijl ik lag te woelen in mijn bed, discussieerden in mijn hoofd een zwartgeklede streng kijkende meneer – laten we hem Ouderling noemen –  en een witte engel – laten we haar Zelfcompassie noemen –  hevig met elkaar.

 

‘Afspraak is afspraak!’ zei Ouderling streng, ‘Ze heeft geen 40 graden koorts, dus ze moet gewoon gaan werken en zich niet zo aanstellen.’

‘Maar ze stélt zich niet aan. En het is belangrijk dat ze het rustig aan doet en goed uitziekt,’ wierp Zelfcompassie tegen. ‘Ze moet goed voor zichzelf zorgen’.

‘Goed voor zichzelf zorgen?!’ riep Ouderling. Ze moet gewoon doen wat ze beloofd heeft! En er moet brood op de plank komen, dus ze heeft helemaal geen tijd om ziek te zijn.

Zo ging het nog een tijdje fijn door in mijn hoofd die nacht.

Ik ben blij je te melden dat na een uitputtende strijd Zelfcompassie het heeft gewonnen. 

Het argument dat het op de lange termijn ook qua werk verstandiger zou zijn als ik nu de tijd zou nemen om goed uit te zieken, had Ouderling uiteindelijk overtuigd. Hij had – voor nu –  zijn biezen gepakt.

En dus lig ik al een paar dagen snotterend en hoestend op de bank onder een dekentje met naast mij een boek, de iPad, een flesje neusdruppels en inmiddels al een tweede familiepak zakdoekjes met balsem. Ik heb me overgegeven aan het gevoel dat ik nu even niets moet of hoef. Behalve slapen, af en toe wat lezen, de meiden knuffelen, en de Gilmore Girls kijken op Netflix (oh, nostalgie!).

Maar wat deze dagen van snotterend en hoestend op de bank me nog meer brengen behalve nostalgie en rust, is een diep gevoel van dankbaarheid. 

 

Ik ben zo dankbaar dat ik over het algemeen gezond ben, dat de man en de meiden gezond zijn. Dat ik een fijn dak boven mijn hoofd heb, dat ik mag en kan werken. Én dat mijn beide ouders nog leven. Ook al zit het motto van mijn vader me soms heel even in de weg.

 

Food for thought
Gun jij jezelf de tijd om uit te zieken? Of ga je door totdat je er bijna bij neervalt? Wat heb je nodig om jezelf toestemming te geven om het rustig aan te doen? Heb jij weleens van die zinnetjes in je hoofd die eigenlijk van je ouders afkomstig zijn? 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *