Nee zeggen: waar ik nee tegen zeg (met invulblad)

Op de avond voor haar tiende verjaardag zat ik met mijn oudste dochter de Voice te kijken, een van de weinige programma’ s waarvoor we de televisie nog aanzetten.

Na een uurtje vertelde ik haar – zoals gebruikelijk – dat het tijd was om naar bed te gaan. De rest van de Voice zouden we opnemen. ‘Mop, even je tanden poetsen en dan naar bed,’ zei ik tegen mijn eerstgeborene. Ze keek me kort aan, zei pontificaal ‘Nee’ en draaide haar hoofd weer naar de televisie.

‘Eh, pardon?’ zei ik verbouwereerd. ‘Nee’, herhaalde ze nog eens.

Ik was er even stil van. Tijd rekken om nog niet naar bed te hoeven, een beetje zeuren (‘ah, maham’), dat kende ik wel. Maar dit pontificale ‘nee’ was nieuw voor mij. (Van mijn oudste dan, de jongste is meestal heel stellig en vocaal als ze het ergens niet mee eens is). Zou dit dan echt het begin van de pubertijd zijn? vroeg ik me af.

Ze bleef nee zeggen

Ik legde mijn oudste uit dat ze morgen een drukke dag had, met atletiektraining in de ochtend, bezoek voor haar verjaardag in de middag en nog een etentje in de avond. We stuurden haar niet naar bed om haar te pesten, maar juist zodat ze voldoende uitgerust was om van haar verjaardag te kunnen genieten.

Het mocht niet baten. Haar antwoord bleef ‘nee’.

Tja, en als een goede uitleg niet meer werkt, dan komt het aan op ouderlijk gezag en een kleine dreiging in de trant van een aantal dagen geen iPad kijken. Pedagogisch lekker verantwoord, maar het werkt wel (vooral omdat de meiden weten dat de genoemde maatregel ook wordt doorgevoerd – meestal dan).

Waar ik nee tegen zeg

Waar ik tegenwoordig nee tegen zeg

Nadat ik mijn oudste had ingestopt, wat tot mijn grote verbazing mocht ondanks dat de Man en ik enige momenten daarvoor tot stomste ouders ter wereld waren bestempeld, dacht ik na over ‘nee zeggen’. En in het bijzonder over de dingen waar ik, in tegenstelling tot een aantal jaren geleden, tegenwoordig nee tegen zeg. Een paar voorbeelden:

  • Altijd voor iedereen beschikbaar zijn

Zo neem ik bijvoorbeeld niet ieder telefoontje aan, ook al ben ik feitelijk gezien beschikbaar. Ben ik met iets bezig? Dan maak ik dat eerst af. Heb ik behoefte aan stilte op dat moment? Dan bel ik terug op een ander moment. Op de momenten dat ik dan wel contact maak, bén ik er ook echt met mijn volle aandacht voor de ander.

Ook voor mijn meiden ben ik niet altijd beschikbaar. Als ik ’s ochtends vroeg achter mijn bureau zit en mijn deur dicht heb, dan weten ze dat ik wel beschikbaar ben om ze een dikke knuffel te geven, maar dat ze me daarna even met rust moeten laten.

Door niet altijd voor iedereen beschikbaar te zijn, ben ik uiteindelijk gezelliger voor mijn omgeving, productiever in wat ik wil doen én doe ik het met meer energie en plezier.

  • Voldoen aan alle sociale verplichtingen

Ik doe niets op de school van de meiden, behalve af en toe met een schoolreisje meegaan. Ik ben geen klassenouder, help niet mee met het op- en aftuigen van de kerstboom, of met het versieren van de aula voor Sinterklaas. En dat wordt stilletjes wel van ouders verwacht. Ik heb me daar even schuldig over gevoeld. Maar mijn tijd is beperkt en mijn prioriteiten liggen op andere vlakken.

  • Nog werken na het avondeten 

Voor sommige ouders is werken na het avondeten, of als de kinderen op bed liggen, wél een goede keuze (of een noodzaak). Maar ik heb gemerkt dat dat voor mij niet geldt. In de tijden dat ik ’s avonds laat nog doorwerkte, sliep ik slechter en werd ik sneller ziek. Nu stop ik vóór het avondeten.  Want morgen is er weer een dag.

  • Perfectionisme

Mijn perfectionisme is de afgelopen jaren steeds meer omgevormd tot plezier scheppen in het goed en met aandacht doen van dingen. Voor mij zit er een groot verschil tussen deze twee. Mijn perfectionisme was voornamelijk gebaseerd op de angst niet goed genoeg te zijn. Het ging gepaard met de drang te bewijzen dat ik niet dom was, aan anderen én aan mezelf.

Plezier scheppen in iets goed en met aandacht doen, geeft mij een fundamenteel ander gevoel dan iets vanuit perfectionisme doen. Het is een gevoel van voldoening en ‘joy’ in plaats van opluchting.

Nee zeggen vanuit autonomie of vanuit weerstand?

Mijn Nee is meestal een weloverwogen Nee, een autonome keuze. (Behalve als ik ongesteld moet worden, dan kan een Nee ook heel goed vanuit grote weerstand komen.)

Over het algemeen houdt mijn Nee in dat ik Ja zeg tegen iets anders, iets dat beter aansluit bij mijn prioriteiten. Het is een Nee dat me helpt om het leven te leiden dat bij mij past en niet bij een ander.

Geen stomme ouders meer

De volgende ochtend vond mijn oudste dochter ons gelukkig niet langer de stomste ouders ter wereld. En het werd een leuke dag, vol Ja’s.

Ik besefte dat ik nu een tiener in huis had, weer een mijlpaal. Een tiener die ongetwijfeld nog heel vaak Nee zou zeggen. Daarbij wil ik haar helpen om vooral Nee te leren zeggen vanuit autonomie en minder vanuit pure weerstand (hoewel dat natuurlijk ook gewoon bij de puberteit hoort) of omdat het door anderen is ingegeven.

Ik zal haar Nee’s in ieder geval zoveel mogelijk respecteren. Want ze zal dat woordje nog hard nodig hebben om haar eigen leven te leiden, in deze prestatiegerichte maatschappij vol impulsen en verwachtingen. 

Moeite met nee zeggen? (zelf aan de slag…)

Vind je het moeilijk om Nee te zeggen? Lees dan het artikel:

  • Lees dan het artikel: 4 tips om vaker nee te zeggen én je er goed bij te voelen
  • Je kunt ook het werkblad ‘Waar ik Nee tegen zeg’ hieronder downloaden, printen en invullen. Door het blad in te vullen, bepaal je waar je Nee tegen wilt zeggen en waarvoor je hiermee ruimte creëert. Je kunt ook onderzoeken welke gevoelens Nee zeggen bij je oproept en hoe je je zult voelen als je meer ruimte voor jouw Ja’s maakt.

Ik ben benieuwd naar jouw Nee’s en waar deze ruimte voor maken. Wil je je Nee’s en je Ja’s met me delen? Stuur me dan een mailtje (info@vandruknaargeluk.nl). Jouw lijst blijft natuurlijk vertrouwelijk.

Werkblad Nee zeggen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *